Kind van de rekening. Verlies van een ouder door fataal huiselijk geweld

18 februari 2020

Toen ik drie maanden oud was, heeft mijn vader mijn moeder vermoord. Hij werd veroordeeld voor doodslag en zat drie van zijn acht jaar gevangenisstraf uit. Tijdens de opsluiting van mijn vader waren mijn broers en ik gescheiden en wij brachten die jaren bij familievrienden en familieleden door. Hoe en waarom precies dit is besloten, heb ik nooit kunnen achterhalen. Toen mijn vader werd vrijgelaten, werden mijn broers en ik bij hem teruggeplaatst in het ouderlijk huis - het toneel van de misdaad en een plek die meer als een gevangenis voor mij voelde dan iets dat leek op een warme omgeving... Mijn jeugd werd gekenmerkt door stilzwijgen, schaamte, angst, machteloosheid, gebrek aan keuzevrijheid en gebrek aan informatie. Ik ben ervan overtuigd dat als ik voldoende steun had gekregen en mij was gevraagd wat ik nodig had, mijn leven er heel anders uit zou hebben gezien.’

Kinderen die een ouder verliezen door fataal huiselijk geweld (partnerdoding) hebben in een keer meerdere verliezen te verwerken. Een ouder is overleden. Vaak is de andere ouder de dader en in hechtenis genomen of soms overleden als gevolg van suïcide. Het huis is meestal de plaats delict. Verhuizen betekent soms ook veranderen van school en dus van sociale omgeving. Partnerdoding houdt voor de kinderen ook verlies in van een eerdere identiteit; nu zijn ze opeens het kind van een slachtoffer en/of dader. 

Het ondersteunen van kinderen na partnerdoding heeft veel voeten in de aarde en gaat over steun bij alle bovengenoemde verliezen. Juist degenen die het kind het meest nodig zou hebben, de ouders, zijn hiervoor niet beschikbaar. Om de ondersteuning goed vorm te geven, is uiteraard kennis nodig van wat de ervaringen en behoeften zijn van kinderen en hun omgeving na partnerdoding. Er is vrij weinig bekend over deze kinderen, aangezien het om relatief kleine aantallen gaat en onderzoek doen met deze kwetsbare groep veel barrières kent. zo is het altijd een uitdaging om kinderen en jongeren te mogen vragen naar hun visie; ethische commissies, voogden en huidige verzorgers hebben begrijpelijkerwijze de behoefte om deze kinderen te beschermen. Dit staat echter op gespannen voet met het Vn Kinderrechtenverdrag (art. 12) dat bepaalt dat kinderen het recht hebben hun mening te geven over beslissingen die hen aangaan. 

Foto: Shutterstock

Het volledige artikel van Eva Alisic en Arend Groot is te vinden in de editie Traumatische Rouw (2020:1). Verder lezen? Kijk hier hoe je je kunt abonneren op Impact Magazine.